Er is een periode in het vroege christendom die bekend staat als ‘de tijd en traditie van de woestijnvaders’. Ten onrechte. Mannen èn vrouwen zochten de woestijn en de wildernis om daar een aan God gewijd leven te leiden.
Deze samenkomst staan de woestijnmoeders centraal. Amma’s. In de geschiedenis worden zij nauwelijks genoemd. Over woestijnvaders, abba’s, is veel meer overgeleverd. Dat woestijnmoeders essentieel deel uitmaken van de woestijntraditie… wie weet het? Maar ze waren er, en ze waren met velen. Religieus gedreven vrouwen met een eigen verlangen en
een specifieke urgentie. Vrouwen die in de tijd dat christendom theologie werd en als kerk vorm kreeg, daaruit wegtrokken. Zelfbewust èn nederig zochten zij in woestijn en wildernis de vrijheid haar roeping tot een God-gewijd leven te volgen. Ze ontwikkelden wijsheid waaruit we ook nu nog volop kunnen putten.
Wat noodzaakte hen? Aan wie of wat gaven zij gehoor? Wat bezielde hen? En welke wijsheid dragen zij ons, mensen, vrouwen en mannen, over?
Hadé Overdulve ging op zoek naar de vrouwen in de woestijn. Zij is lekenkarmeliet, meewerkend betrokkene van St. Karmel Twente, geestelijk begeleider en eigentijds kluizenaar.
Bibliotheek Twello, Marktplein 11, 7391DH Twello